Bijzondere verrichtingen

De bijzondere verrichtingen zijn een vast onderdeel van het praktijkexamen en hebben een verandering ondergaan met het invoeren van het nieuwe rijexamen 2008. Voortaan moet een kandidaat de bijzondere verrichtingen (eigenlijk bijzondere manoeuvres zelfstandig uitvoeren. Dat houdt in dat je niet alleen de oefening zelfstandig doet, maar ook zelf kiest hoe en waar.

Algemeen

Officieel moet een rijexamen onder andere uit minimaal 2 bijzondere verrichtingen bestaan. Deze oefeningen worden ergens in de rit spelenderwijs ingepland. Het dus een beetje afhankelijk van de de plek waar je afrijdt welke oefeningen je krijgt. Het komt ook wel voor dat je er maar eentje hoeft te doen en soms juist drie. Dat laatste zou een herkansing kunnen zijn voor eerdere minder goed uitgevoerde oefeningen.

 TTT (tussentijdse toets)

Wie al een TTT heeft gedaan en een voldoende voor de bijzondere verrichtingen had, heeft op het eerste examen vrijstelling.

indien je voor het eerste examen zakt, moet je de volgende examens wel weer de bijzondere verrichtingen doen.

 Welke bijzondere verrichtingen zijn er?

In principe kennen we 4 categorieën:

  • parkeeropdracht
  • omkeeropdracht
  • stopopdracht
  • hellingproef (telt niet meer mee, maar kan nog steeds gevraagd worden)

Omkeeropdracht:

de examinator geeft aan dat hij de andere kant op wil rijden en laat aan jou de mogelijkheid hoe dat op te lossen. Je kunt hierbij gebruik maken van het keren op de weg dmv steken (minst goede keus)  het maken van een halve draai, of door achteruit een bocht  om te draaien met gebruikmaking van een zijstraat of parkeerplaats. De keuze is aan jou, ook waar je dit exact wil uitvoeren.

 Parkeeropdracht:

hierbij kan het gaan om parkeren in een straat of op een parkeerterrein. De examinator geeft opdracht de auto zo dicht mogelijk in de buurt van een bepaald punt (huisnummer of ingang supermarkt) te parkeren. Jij bepaalt zelf of je dat doet door middel van fileparkeren of parkeren in een vak. Zowel vooruit als achteruit zijn toegestaan. Ook mag je (en moet je soms) kiezen om links van de weg te parkeren als daar ruimte is.

 Stopopdracht:

je krijgt opdracht om je voertuig zo dicht mogelijk achter een andere auto te parkeren, waarbij het wel belangrijk is dat je (zonder achteruit rijden) in een vloeiende beweging weer weg kunt rijden. Je doet dit geheel zelfstandig, dus ook het weer wegrijden.

 Hellingproef:

de hellingproef is niet meer een vast onderdeel van de bijzondere manoeuvres, maar kan incidenteel wel gevraagd worden. Indien dit voorkomt zul je toch ook 2 andere manoeuvres moeten uitvoeren.

 Tips

  • een perfecte oefening is niet vereist, wel een veilige.
  • als je niet helemaal goed uitkomt is dat geen ramp, pas als je de beheersing echt kwijt bent over je auto wordt het ernstig.
  • het kijken is veruit het belangrijkste, doe dat dus veelvuldig en pas je snelheid hier op aan.
  • corrigeren mag, dus als je ziet dat je niet goed uitkomt, dan mag je het proberen zelf op te lossen om toch uit te komen waar je wilde.